Hetzelfde Anders

Home

Hetzelfde Anders

Wie wij zijn

Wat wij doen

Cursussen

Workshops
&
Lezingen

Leesgroepen

Schrijfhulp

Contact

Waarom is de Tour de France zo populair?

Door Kyra Nelissen

11707329_845814668859053_4318422443021763563_nAl sinds mijn vijfde ben ik een fanatieke sporter. Ik ben begonnen met het behalen van 9 zwemdiploma’s, heb een seizoen getennist, maar toen ik bij een handbalvereniging ging, had ik mijn plek gevonden. Sindsdien heb ik als jeugdspeler én als senior altijd fanatiek en minstens 3 keer per week gesport. Op het handbalveld heb ik mijn passie gevonden. Toen ik filosofie ging studeren, vonden veel mensen (voornamelijk mijn medestudenten) dat een vreemde keuze voor een sporter. Over het algemeen wordt filosofie gezien als iets strikt verstandelijks, en sporten als iets puur lichamelijks. Die twee dingen stonden volgens veel van mijn vrienden lijnrecht tegenover elkaar. Ik was het daar nooit mee eens.

Bijna alle sporten vind ik interessant, maar op de ene of andere manier kan wielrennen mij toch niet helemaal grijpen. De Tour de France volg ik echter wel. Niet elke dag en niet alles, maar globaal weet ik wel zo’n beetje wat daar gebeurt. “Wat is dat toch? Waarom is die Tour de France zo ongelofelijk populair?”, vroeg ik mij af. Ik stelde mijzelf deze vraag gewoon uit verwondering. En verwondering is waar de filosofie begint. Dat deed mij dus inzien: met mijn zoektocht naar een antwoord op deze vraag kan ik ein-de-lijk eens bewijzen dat sport en filosofie elkaar niet per se uitsluiten.

Wat voor functie vervult sport eigenlijk in de maatschappij? In het Griekenland van de Oudheid was het heel duidelijk. De Grieken vereerden hun oorlogshelden. In sportevenementen waren deze helden voor iedereen te aanschouwen en te aanbidden. Sportwedstrijden werden gezien als voorbeeldsituaties voor oorlogen, en de held die de wedstrijd won, werd dan ook gezien als het grote voorbeeld . Zo’n man was de belichaming van het ideaalbeeld van de Griek, waar iedere jongen in de polis tegen opkeek.

Nog steeds lezen wij verhalen over gespierde en heroïsche mannen  als Herakles, Achilles en Odysseus. Vol waardering kijken wij naar koning Leonidas, het personage van Gerard Butler in de film ‘300’. De zin “This is Sparta!” is zelfs een heel eigen leven gaan leiden en duikt geregeld als meme op internet op.

Zo groot is het verschil met de sportheld van tegenwoordig niet. Nooit zijn de Nederlanders zo eensgezind als wanneer het Nederlands Elftal speelt, bijvoorbeeld in de halve finale van het afgelopen WK. We hebben een gezamenlijke vijand: we maken ze af, die Argentijnen! Bijna alsof we er oorlog tegen voeren. En met wie kun je die oorlog nou het beste winnen? Juist ja, met Arjen Robben, Robin van Persie en Wesley Sneijder! Zij gelden als onze grote voorbeelden; het liefst zijn wij net als zij. De commercie speelt daar natuurlijk goed op in. Zo zit Robin van Persie in een reclame voor Beats by Dre, net als andere voetballers als Neymar en Fabregas. Als zij zo’n koptelefoon dragen, dan wil toch iedereen dat?

Toch is deze functie van sport niet heel erg van toepassing op de Tour de France. Er zijn geen nationale teams; onze Nederlandse renners rijden juist in een team met mensen van andere nationaliteiten. We hebben allemaal wel een speciale aandacht voor de Nederlandse renners, maar die is eigenlijk net zo groot als onze aandacht voor renners als Contador, Froome of Quintana. Ook zijn er zat mensen die voorgaande namen niet eens kennen. Ze zijn namelijk geen helden zoals Robben of van Persie; ze zitten niet in reclames van grote merken of staan op posters in de kamers van jonge meisjes.  Wat is dan de maatschappelijke functie van de Tour de France?

Misschien wordt het allemaal wat duidelijker als we de Ronde van Frankrijk op een andere manier bekijken, bijvoorbeeld als een spel. Mensen die bedreven zijn in het spelen, zijn over het algemeen kinderen. Zij spelen bijvoorbeeld dat ze in een winkel werken, dat ze de moeder zijn van een pop of dat ze een eigen wereld creëren die geheel bestaat uit legoblokjes. Ze leven in een zelfgemaakte illusie. Dat woord is niet zo gek gekozen; illudere is namelijk het Latijnse woord voor ‘in een spel zijn’.

Het woord illusie houdt in de Nederlandse taal echter in dat iets niet echt is. Dat betekent ook meteen dat er iets is wat daar tegenover staat, iets wat wél echt moet zijn. Het verwijst daarmee naar de tweedeling die ooit door Plato al gemaakt werd: de tweedeling tussen zijn en schijn. Het spel begeeft zich dus in de wereld van de schijn, en in deze wereld hebben wij onze kinderjaren vaak doorgebracht.

Op het moment dat men zich bewust is van de schijn en erover praat, staat men buiten het spel. Nietzsche schreef ooit eens in zijn boek De Geboorte van de Tragedie dat het spel verdwijnt zodra pathos (Grieks voor ‘lijden’ of ‘emotie’) en moralisme het spel binnendringen. De wereld van het zijn treedt dan de wereld van de schijn binnen en breekt de illusie. Dit hebben we ook duidelijk terug kunnen zien bij het wielrennen. Dat zat namelijk in een flinke dip toen alle dopingschandalen aan het licht kwamen. De vraag rees in hoeverre mensen middelen mogen gebruiken die hun prestatie kunnen verbeteren, en die vraag zal waarschijnlijk nog lang centraal staan in de sportwereld. Deze vraag is bij uitstek van morele aard, en in de discussie over doping raken we het spel van de Tour de France dan ook kwijt.

Als we de Tour de France dus opvatten als een spel, zou dat kunnen betekenen dat het zo populair is, omdat het ons terugbrengt naar een ervaring uit onze kindertijd. We kunnen ons totaal laten onderdompelen in een wereld van schijn. En dat vinden we heerlijk. Elk spel heeft echter regels; zo ook de Tour de France. Zo lang men zich aan die regels houdt, kunnen wij in die schijnwereld blijven leven en zal de Tour de France een onhoudbare aantrekkingskracht op mensen blijven uitoefenen. Echter, als de regels worden gebroken, breekt de realiteit door de muren van het spel heen. Dit is een serieuze dreiging voor de sport: het kan de wielerwereld de kop kosten.