Hetzelfde Anders

Home

Hetzelfde Anders

Wie wij zijn

Wat wij doen

Cursussen

Workshops
&
Lezingen

Leesgroepen

Schrijfhulp

Contact

Optie 4: filosofie is werk verzetten

FaviconDoor Kyra Nelissen

Grofweg twee weken geleden probeerde historicus Rutger Bregman van de Correspondent een kritische recensie te schrijven van het nieuwste boek van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk. Het artikel was getiteld: “Recensie: de eerste pagina van Peter Sloterdijks nieuwe boek (verder kwam ik niet)”. Het is natuurlijk makkelijk scoren met deze titel; menig onervaren filosofie-enthousiasteling waagt zich wel eens aan een boek, om vervolgens na de eerste pagina af te haken vanwege de moeilijkheidsgraad.

Bregman besloot na het lezen van de eerste pagina dat er drie opties waren: 1) het is heel diepzinnig en hij is gewoon niet slim genoeg; 2) het lijkt heel diepzinnig, maar het is juist oppervlakkig; en 3) het is gewoon bullshit. Het boek van Sloterdijk schaart hij uiteindelijk onder optie 2.Dat is nogal wat om na het lezen van slechts de eerste pagina te concluderen, vind ik. Zeker omdat Bregman deze opties ook van toepassing vindt op – zoals hij ze noemt – ‘vermaarde filosofen’ als Slavoj Žižek, Judith Butler en Jacques Derrida. Deze eerste komt er zelfs nog slechter vanaf dan Sloterdijk. Voor hem geldt namelijk optie 3: hij schrijft voornamelijk bullshit.

Nu wil ik niet zeggen dat ik een expert ben op het gebied van de bovenstaande filosofen, maar ik voel toch de noodzaak om de filosofie in haar totaliteit te verdedigen tegen populistische standpunten als deze van de weledelgeleerde heer Bregman.

Even een voorbeeld van bovengenoemd populisme. Bregman haalt Sloterdijk aan, om vervolgens een flauwe samenvatting te geven:

Maar de alledaagse ervaring liet zich het hachelijke karakter van deze toestand [verwondering] hoe dan ook nooit uit het hoofd praten. Je kent het begin niet, het einde is duister, ergens daartussenin ben jij neergezet. In-de-wereld-zijn betekent in-het-ongewisse-zijn. Het beste is je te houden aan de schijn dat je de weg weet in je naaste omgeving, die al een poos ‘leefwereld’ wordt genoemd. Als je afziet van verdere vragen, ben je voorlopig in veiligheid.” – Sloterdijk

En nu de samenvatting van Bregman: “Helemaal goed. Dus de mens weet nog steeds niet alles, en vindt dat nog steeds een beetje lastig. Gelukkig weet de mens wel hoe zijn moeder heet en dat je geen mentos in je cola moet gooien (‘leefwereld’). Dat is in ieder geval iets.”

Dit is natuurlijk maar een klein deel van de ‘recensie’, maar zo gaat Bregman de hele eerste pagina van Sloterdijks boek af. Hij komt dan tot de conclusie dat Sloterdijk een gevalletje optie 2 is: wat hij schrijft lijkt heel diepzinnig, maar het is eigenlijk heel oppervlakkig. Die conclusie trekt Bregman voornamelijk omdat hij vindt dat het taalgebruik van Sloterdijk nogal obscuur is. En als je niet weet wat een zin betekent, kun je hem natuurlijk maar beter afdoen als onzinnig of oppervlakkig, nietwaar?

Wat Bregman totaal mist, is dat er door Sloterdijk talloze verwijzingen worden gemaakt naar filosofen die bekend staan als nog veel ‘vermaarder’ dan hijzelf. In het bovenstaande citaat wordt bijvoorbeeld – niet al te subtiel – al verwezen naar zowel Martin Heidegger (“in-de-wereld-zijn”) als Edmund Husserl of Jürgen Habermas (“leefwereld“). In de andere citaten die Bregman gebruikte las ik Plato, Descartes, Schelling en Wittgenstein. En dat in slechts één pagina! Een pagina die ook nog eens dient als introductie op de rest van het boek. Al deze denkers waarnaar verwezen wordt, zullen waarschijnlijk in de rest van het boek de revue passeren. De citaten die Bregman gebruikt zijn slechts het tipje van de sluier.

Bregmans interpretatie van wat de eerste pagina van Sloterdijks boek inhoudt, is niet alleen erg makkelijk (kom op, zo kun je elk boek wel belachelijk maken!), maar mist dus ook nogal wat nuances. Waar Bregman dan ook concludeert dat ofwel hijzelf te dom is Sloterdijk te begrijpen, of wat Sloterdijk zegt heel oppervlakkig is, of zelfs complete bullshit, denk ik dat hij een mogelijkheid vergeet.

Ja, filosofie lezen is niet altijd even makkelijk. En ja, het kost soms veel moeite om door bepaalde passages heen te komen. En daar ligt nu precies de crux: die moeite moet je wel doen, wil je zinnig commentaar op een filosofische tekst geven. Bregman doet dat duidelijk niet. Is Sloterdijks tekst nou zó moeilijk dat je enorm slim moet zijn om hem te begrijpen? Nee, maar je moet wel wat werk verzetten en je afvragen waarom hij nou juist deze woorden gebruikt. En dat kost tijd. Voor sommigen (mijzelf inclusief) wel een hele studie. Heb je daar geen zin in? Helemaal prima! Maar houd je dan ook van oppervlakkig commentaar en laat de mensen die er wél in geïnteresseerd zijn en het werk wél willen verzetten hun eigen mening vormen.

Rutger Bregman, dit was een ‘recensie’ die voortkwam uit pure luiheid. Ik hoop dat je in de toekomst jezelf wat serieuzer neemt en probeert je stukken van iets meer context te voorzien; want dat was toch wat de Correspondent pretendeerde te doen? Over en uit.

 

(Voor de volledige versie van Bregmans artikel kun je kijken op http://tinyurl.com/oj4k6tr. Ik ben overigens zelf geen abonnee op de Correspondent en heb dit artikel dan ook cadeau gekregen van een studiegenoot.)