Hetzelfde Anders

Home

Hetzelfde Anders

Wie wij zijn

Wat wij doen

Cursussen

Workshops
&
Lezingen

Leesgroepen

Schrijfhulp

Contact

De excuusvrouw

10640997Door Kyra Nelissen

We zijn nu gelukkig ver voorbij de tijd dat vrouwen alleen maar achter het fornuis stonden en voor de kinderen zorgden, dat mensen met een donkere huidskleur niet mochten stemmen, of dat homoseksualiteit je in de gevangenis deed belanden. Het is een lange reis geweest om tot hier te komen, maar we zijn er. In 2015 mogen vrouwen alles wat mannen ook mogen, zijn mensen met verschillende huidskleuren gelijk aan elkaar en ook mensen met verschillende geaardheden verkrijgen langzaamaan op steeds meer plaatsen op de wereld gelijke rechten. Mooi hè!

Ja, mooi klinkt het wel. We zijn inderdaad al een heel eind gekomen. Maar is dit het dan? Wordt er niet meer gediscrimineerd? Je begrijpt hopelijk dat dit eerder een retorische, dan een serieuze vraag is. Discriminatie is nog aan de orde van de dag, en dat weet iedereen. Nog steeds ‘kunnen vrouwen niet schaken’, worden mensen met een donkere huidskleur uitgescholden op straat, en kijken mensen met afschuw weg van twee zoenende mannen (twee zoenende vrouwen zijn daarentegen vaak een ander verhaal…). Op de arbeidsmarkt doen voorgenoemde mensen ook vaak onder voor anderen. Binnen de academische wereld proberen ze dat tegenwoordig op te lossen door aan positieve discriminatie te doen.

In de gemiddelde vacature voor een academische positie staat dat ze diversiteit in hun facultaire personeel aanmoedigen, maar daar blijft het niet bij. Vrouwen en weinig gerepresenteerde minderheden worden regelmatig nadrukkelijk gevraagd te solliciteren. Tilburg University (TiU) gaat binnenkort nóg een stapje verder. Er worden twee vacatures opengezet (één voor universitair hoofddocent en één voor hoogleraar) waarop mannen niet eens hoeven te reageren. Alleen vrouwen maken kans op deze posities. Dit is volgens TiU juridisch gerechtvaardigd – ondanks het non-discriminatie beginsel dat in onze samenleving niet betreden mag worden – op grond van onevenwichtigheid in de huidige samenstelling van het wetenschappelijke personeel. Goed, juridisch mag het dan misschien gerechtvaardigd zijn; is het dat ethisch gezien ook?

Want hoe zit het nu dan met de heteroseksuele blanke man? Wordt het voor hem dan niet heel erg moeilijk om werk te vinden binnen de academische wereld? Begrijp me niet verkeerd, ik ben tegen discriminatie. Maar daarom ben ik dus ook tegen positieve discriminatie. Ik zie het namelijk slechts als een tegenbeweging; het is puur reactionair. We willen toch allemaal dat discriminatie verdwijnt? Waarom is de reactie erop er dan een van nog méér discriminatie?

Vrouwen en minderheden hebben wereldwijd minder hoge posities binnen de academische wereld, en bij gelijke posities verdienen ze vaak minder geld dan hun collega’s. Zou het niet heel gek zijn als we nu ineens zeggen dat we het om gaan draaien? Stel je voor dat vrouwen en minderheden nu ineens een stuk meer gaan verdienen dan hun collega’s, zou dat dan eerlijk zijn? Daarbovenop komt ook nog dat ik voor een functie niet aangenomen zou willen worden simpelweg omdat ik een vrouw ben. Ik zou dan de ‘excuusvrouw’ zijn, zoals een aantal jaren geleden de term ‘excuusneger’ ook al ingeburgerd raakte.

Ook Immanuel Kant (1724-1804) zou het met me eens zijn. Je moet alleen handelen volgens die maxime waarvan je tegelijkertijd zou kunnen willen dat het een algemeen geldende wet zou zijn. Handelingen die zichzelf tegenspreken, komen door deze regel – de categorische imperatief genoemd – in de problemen. Als je zou willen dat stelen een algemeen geldende wet zou zijn, zou je dan überhaupt nog kunnen spreken van privé-eigendommen? En als er geen privé-eigendom bestaat, kun je ook niet stelen. Als je liegen tot een algemeen geldende wet zou maken, zou de waarheid dan nog bestaan? En als er geen waarheid zou bestaan, kun je ook niet liegen. Dus, volgens hetzelfde principe, als je positieve discriminatie tot wet zou maken, en iedereen zou structureel blijven discrimineren, zou gelijkheid dan nog bestaan? En als gelijkheid niet bestaat, kun je ook niet discrimineren.

Een tegenwerping die ik laatst kreeg was dat, als je het aannemen van vrouwen of minderheden niet afdwingt, de situatie nooit verandert. In de Verenigde Staten leveren de Ivy League-scholen (Harvard, Yale, Brown, Columbia, Dartmouth, Cornell, Princeton en UPenn) het meeste wetenschappelijke personeel (en de meeste mensen in hoge posities überhaupt) af. Als daar alleen maar blanke, sigaar rokende, grijze mannen zitten die de PhD-kandidaten en junior faculty personeel aannemen, loop je het risico dat zij hun eigen traditie voortzetten en nieuwe blanke, sigaar rokende, grijze mannen creëren. Maar is het afdwingen van het aanstellen van vrouwen en minderheden dan de oplossing? Is het probleem niet juist dat we nog steeds in een dichotomie blijven hangen van ófwel het positief discrimineren van blanke mannen, ófwel het positief discrimineren van alle andere mensen? Moeten we daar juist niet uit ontsnappen om die gelijkheid, die we allemaal zo graag willen (behalve misschien die blanke, sigaar rokende, grijze mannen), te bewerkstelligen?

Ik weet dat het anders zou moeten. We zouden op de ene of andere manier moeten kunnen afdwingen dat de beste kandidaat voor die specifieke functie ook de baan zou krijgen. Hoe, daar ben ik nog niet achter. Maar ik schrijf dit stuk ook niet om zelf met een oplossing te komen. Misschien heb jij er wel een. Misschien ben je het wel helemaal niet eens met alles wat hierboven staat. Ik zou het graag van je horen.